Koos Hooijmaijers

Het motortje van de Opzoomerstraat

Het is augustus 1989 als de bewoners van de Opzoomerstraat in het Nieuwe Westen bij elkaar komen om te praten over de groeiende criminaliteit, overlast van garages en verloedering in hun straat. De emoties vliegen door de zaal. De avond eindigt met: ‘De gemeente doet niets, we gaan het zelf wel doen’. De bewoners houden woord. ledere donderdagavond gaan ze met elkaar de straat vegen. Ze maken spandoeken en delen bezems uit. Naast elke deur verschijnt een zogenaamd Opzoomerbolletje. Bewoner Koos Hooijmaijers is, met hulp van zoon Chris, het motortje in de straat en daarmee één van de grondleggers van het Opzoomeren in Rotterdam. Op 14 februari is Koos Hooijmaijers op 93 jarige leeftijd overleden.

Hup aan de slag

‘Meneer Hooijmaijers hield er de vaart in toen we met Opzoomeren begonnen’, vertelt Emile van Rinsum, ér was toen nog geen budget om Opzoomerbolletjes, die lampjes, te kopen of plantjes en bezems. Dat duurde maar. Meneer Hooijmaijers hield niet van ‘dralen’, dus dan schoot hij het gewoon voor of hij haalde zelf bezems bij de Makro. ‘Hup, Aan de slag!’
Emile werkte in die tijd als projectleider Sociaal Beheer bij de bewonersorganisatie Actiegroep het Nieuwe Westen en kan zich die begintijd van het Opzoomeren (dat werkwoord werd in die tijd door hem bedacht) nog goed voor de geest halen.
‘Hij kon ook wat brommerig zijn soms. Zeker als het allemaal te langzaam liep naar zijn zin. En in het begin had hij wat achterdocht tegen de ‘jongens en meiden’ van de Actiegroep, want tja, een actiegroep… Maar we wisten langzamerhand toch zijn sympathie te winnen. Hij zag ook wel dat we gewoon met hart en ziel heel hard werkten aan de buurt en de Opzoomerstraat. Zo kon meneer Hooijmaijers niet zonder ons en wij niet zonder meneer Hooijmaijers. Je moest hem wel mee hebben, en had je hem mee dan had je hem ook mee. Bij een praatje was het altijd goed om over ‘zijn’ schildjes te beginnen. De firma Hooijmaijers maakte ‘wapenschildjes’ voor o.a. de marine. Hij was erg trots op zijn zaak!‘

Opzoomerbollen voor heel de stad

‘Toen meer straten in Rotterdam het voorbeeld van de Opzoomerstraat gingen volgen, stond het magazijn van het bedrijf van de familie Hooijmaijers vol met Opzoomerbolletjes, de lampjes die bewoners naast de deuren hingen.’ Ingrid Heijst was destijds coördinerend opbouwwerker bij de Actiegroep het Nieuwe Westen. ‘ De Vereniging Buurtgroep Opzoomer, in het begin voorgefinancierd door mijnheer Hooijmaijers  kocht grote voorraden van die lampjes in en uiteindelijk nam de hele stad ze bij hem af. Zo leek het in ieder geval. Hij had ook allerlei andere spullen, zoals een partytent, een barbecue en tuingereedschap. De hele buurt mocht van alles bij hem lenen. Hij stond altijd voor iedereen klaar.
Mijnheer Hooijmaijers wilde een klein stukje grond ‘annexeren’ achter de Opzoomerkamer , een soort buurthuiskamer, en inrichten als veilig speelplekje voor kinderen. De gemeente had geld beschikbaar gesteld voor de inrichting. Maar voordat het stukje grond ook echt beschikbaar kwam… Dat duurde lang, erg lang. Het woord opgeven stond niet in zijn woordenboek. Na twee jaar was het dan eindelijk rond en kon het plan worden afgestoft en uitgevoerd. Wat een teleurstelling, en dat is heel zacht uitgedrukt, toen bleek dat het gereserveerde geld na al die tijd was teruggevloeid naar de algemene middelen. Dan kon hij mopperen hoor. Maar hij was wel een lieve mopperkont.‘

Geraniums

‘Ja, ik denk ook aan geraniums als ik aan mijnheer Hooijmaijers denk.’ Ciska Hardenbol, bewoonster van de Opzoomerstraat, herinnert zich de plantjesdagen in de straat heel goed. ‘Mijnheer Hooijmaijers was echt de  plantjesman van de straat. Als we een groendag organiseerden, bestelde hij steevast de geraniums. We maakten de bakjes aan de gevel weer schoon en daar gingen de planten in. Soms dacht ik “ Hè, weer die geraniums, kunnen we nu niet een andere plant proberen”. Maar ja, die geraniums waren wel erg sterk. We hebben weleens andere bloeiers geprobeerd maar die leefden niet lang.  En dan werden het, tot grote vreugde van mijnheer Hooijmaijers, toch weer geraniums. “Heb ik het niet gezegd?”, klonk het dan, en hij bestelde ze weer. Ze bloeiden de hele zomer en soms nog daarna. Als het zonnetje ging schijnen, kwam hij naar buiten en veegde hij, bijna dagelijks, de stoep tot het door zijn gezondheid echt niet meer kon. Hij kon zich ongelooflijk ergeren aan straatvuil. Dat verbloemde hij dan niet. Hij sprak iemand er gerust op aan. Maar hij maakte vooral gezellige praatjes met de buren op de  stoep.’

Mooie herinnering

‘Dan kwam ik thuis en dan waren de twee struiken voor mijn gevel weer helemaal mooi gesnoeid. Ik heb niet zulke groene vingers en dat wist mijnheer Hooijmaijers. Zo lief. “Meissie”,  zei hij dan “nu is het netjes en kunnen ze er weer even tegenaan.” Bij zijn bedrijf stonden grote braamstruiken. Hij maakte zelf bramenjam en bracht dan een potje langs. Mijnheer Hooijmaijers was voor mij het hart van onze straat.’ Merlijn Tax woont in de Opzoomerstraat. In het huis waar eerder haar oma woonde. ’Mijn oma was ook betrokken bij de allereerste Opzoomeracties in de straat en kon goed met mijnheer Hooijmaijers opschieten. Op een dag bracht hij me een droogbloemetje, dat hij ooit van mijn oma had gekregen. Dat had hij al die jaren bewaard. Ik heb het ingelijst. Nu mijnheer Hooijmaijers is overleden, is het een extra dierbare herinnering.’